Amerika 1864

Burgeroorlog in de Verenigde Staten.

Een ongekend bloedige burgeroorlog tussen de Noordelijke en Zuidelijke staten scheurde de Verenigde Staten van Amerika tussen 1861 en 1865 bijna in tweeën.

Ruim 80 jaar eerder (1783) waren de Verenigde Staten onafhankelijk geworden van moederland Engeland. In de jaren erna hadden de Noordelijke staten zich ontwikkeld tot het industrieel zwaartepunt van het land. In het noorden waren de meeste fabrieken, de beste universiteiten en de grote steden gevestigd. In het noorden woonden ook de meeste mensen.

Dat zorgde ervoor dat het noorden veel rijker was dan het zuiden, waar voornamelijk boeren en plantagehouders woonden. Op grote plantages in staten als Georgia en Mississippi verbouwden slaven katoen, tabak en suikerriet. De plantage-eigenaren verdienden hier goed geld mee, maar zij waren in de minderheid. De meeste blanken in het zuiden waren arme boeren, die met een klein stukje grond in hun levensonderhoud moesten voorzien. Een derde van de inwoners van de Zuidelijke staten hád geen bezit, maar wás bezit: de zwarte slaven.

In 1860 werd Abraham Lincoln verkozen tot president van de Verenigde Staten. Lincoln was geen voorstander van de slavernij. Dit was voor elf Zuidelijke staten reden genoeg om zich af te scheiden van de Noordelijke staten en een eigen republiek te stichten: de Geconfedereerde Staten van Amerika. De economie van de Zuidelijke staten dreef op slavernij. Als dit afgeschaft zou worden, zou de economie instorten, vreesden ze. Dan zou hun manier van leven in gevaar komen. Het Noorden wilde echter dat de Unie behouden bleef. Dat alle Amerikaanse staten verenigd waren onder één vlag. Het Zuiden als apart land vonden ze onacceptabel. Het Noorden was bereid te strijden voor behoud van de Unie. Het Zuiden was bereid te vechten voor afscheiding.

Van april 1861 tot april 1865 bevochten de Noordelijke staten (de Unie) de Zuidelijke staten (de Confedereerden) elkaar in veldslag na veldslag. De een nog gruwelijker dan de andere. Na vier jaar burgeroorlog waren meer dan 600.000 mannen en jongens om het leven gekomen. Meer dan de helft stierf overigens niet op het slagveld, maar door infectieziekten en de onhygiënische omstandigheden in het veldhospitaal of in het legerkamp. Tijdens een veldslag opereerden slecht opgeleide artsen vaak uren en uren achter elkaar, zonder dat de chirurgische materialen tussendoor ontsmet en schoongemaakt werden. Als een arm of been niet gelijk geamputeerd werd, moest dat later vaak alsnog gebeuren, omdat de wond ontstoken was geraakt. Een zaag hoorde dan ook bij de standaarduitrusting van een chirurg.

Op 1 januari 1863 kondigde president Lincoln de zogenaamde Emancipatie Proclamatie af. Hiermee verordonneerde hij dat alle slaven in het gebied van de rebellerende staten vanaf die datum voor altijd vrij zouden zijn. Bovendien zouden vanaf dat moment alle slaven die het oprukkende Noordelijke leger tegenkwam, bevrijd worden. Voor slaven in de vier Zuidelijke grensstaten die met de Unie meevochten, gold dit echter niet. Lincoln had de steun van deze grensstaten hard nodig in de strijd tegen het Zuiden en wilde ze niet tegen de haren instrijken door ook daar slavernij af te schaffen. Ging de Burgeroorlog in eerste instantie vooral om het behoud van de Unie, met de Emancipatie Proclamatie werd ook de afschaffing van de slavernij een oorlogsdoel. 

De Zuidelijke troepen wisten zich de eerste jaren van de burgeroorlog goed staande te houden tegenover de beter bewapende Noorderlingen. Maar gaandeweg kreeg de Noordelijke Unie de overhand. Met generaal Ulysses S. Grant aan het hoofd van het leger brachten de Noordelingen het Zuiden slag na slag toe. 

Het Zuiden raakte meer en meer verzwakt. Duizenden jonge mannen waren verminkt of gedood in de strijd, de Zuidelijke zeehavens waren vanaf het begin van de oorlog geblokkeerd, zodat de handel met overzeese gebieden volledig stil was komen te liggen. Keer op keer werden de oogsten verwoest en steden en dorpen platgebrand door langstrekkende legereenheden. De economie van de Geconfedereerde Staten van Amerika lag in puin.

In 1864 waren de Noorderlingen definitief aan de winnende hand. Unie-generaal William Tecumseh Sherman nam eerst Atlanta, de hoofdstad van de staat Georgia, in en begon vervolgens met zijn ‘Mars naar de Zee’, waarbij alles wat hij tegenkwam verwoest werd. Meer naar het noorden bracht generaal Grant de Zuidelijke troepen zware verliezen toe en veroverde tenslotte de Confedereerde hoofdstad Richmond. Op 9 april 1865 tekende de Zuidelijke generaal Robert E. Lee de overgave aan de Noordelijke legers. De burgeroorlog was voorbij, het Zuiden was overwonnen en de Unie werd hersteld.

De weer herenigde staten likten hun wonden. Er waren in totaal bijna een miljoen slachtoffers gevallen, waarvan ruim 600.000 doden. Na de oorlog werd slavernij officieel verboden door een wijziging van de grondwet. Met andere grondwetswijzigingen kregen vrije zwarten stemrecht en burgerrecht.

Het Zuiden lag in puin en was zo goed als bankroet. Rondtrekkende bendes van voormalige soldaten maakten de Zuidelijke staten onveilig. President Lincoln vond dat er een plan moest komen om het Zuiden weer op te bouwen, het was tenslotte een deel van de Verenigde Staten en het Noorden kon zijn Zuidelijke broeders niet aan hun lot overlaten.

Vijf dagen na de overgave werd Lincoln echter tijdens een theatervoorstelling doodgeschoten. Zijn plan voor de Reconstructie van het Zuiden, werd door zijn opvolger Andrew Johnson niet uitgevoerd, waardoor het lang duurde voor het Zuiden weer opkrabbelde.

En hoewel de slavernij was afgeschaft en zwarten ook kiesrecht kregen, duurde het tot ver in de twintigste eeuw voordat er sprake was van echt gelijke rechten voor blank en zwart.